Expeditie Marokko 

Door de kloven en valleien van de Todra, Dàdes en Drâa

De zon staat hoog aan de hemel. We toeren door de hoge Atlas en passeren diverse kloven. Het rijden is indrukwekkend langs diepe afgronden en door brede valleien. Op veel plaatsen wordt aan de weg gewerkt. Het onderhoud van de weg staat hoog in het Marokkaanse vaandel. Sinds de overstromingen in 2014 zijn vele wegen en bruggen verdwenen. In een aantal opvolgende dagen volgen we drie rivieren: de Todra, Dàdes en de Drâa. Zij hebben door de eeuwen heen de bergen traag doorgeslepen met hun waterkracht. Hoog in het gebergte is alles strak en een nauwe kloof. Dichter naar de woestijn worden de valleien breder en knap geïrrigeerd tot groene oases. Niet denken dat dat lommerrijk is want alle begroeiing heeft hier stevige stekels en prikkels om te overleven. Ook de palmbomen.

Todra kloof

We staan de nacht in de Todra vallei vlakbij Tougdgain een ruim droog landschap met oker en roze kleurige door de wind verweerde oude bergen. De Todrakloof is indrukwekkend, het ligt besloten in de heuvels naar de bergen toe. Het rijden net zozeer. Precies waar de kloof op zijn smalst is zijn ze druk bezig met het wegonderhoud, waardoor we gruwelijk dicht langs de rand moeten rijden. Dat met een truck van 2 meter 55 breder dan de gemiddelde wagen die hier voorbij komt. Het is spannend en het lukt.

De Todra kloof is net een grot en wordt de meest spectaculaire kloof genoemd die Marokko rijk is. Het is de plek waar de rivier de Todra zich wringt door een spleet in de bergen op wel honderden meters diep. Binnenin is een huis gebouwd, dat regelmatig een nieuw dak behoeft omdat de stenen in de kloof er doorheen vallen. Onderweg zien we regelmatig de besneeuwde toppen van de hoge Atlas.

Na de kloof doemt een breed landschap op met bergen álà Grand Canyon. We eindigen deze rit in pittoresk Tinghir (Tinerhir) op 1350 kilometer hoogte een redelijk grote stad, waar we de nodige inkopen doen. Hier zien we steeds meer Berbers met gelooide huiden en de hoofddoek anders gedrapeerd, zoals van de afbeelding van de Dakar raley. Ook zien we steeds vaker donkergetinte bewoners. Afstammelingen van de mensen uit de karavanen die de woestijn doorkruisten.

Dadès vallei

Hoog in de Atlas ontspringt de Dadès rivier vlakbij het dorpje Msemrir. De gorge de Dadès begint nauw en wordt stroomafwaarts steeds breder. De Dadès vallei heeft rechts aan de noordkant okerkleurige bergen en aan de zuidkant zwarte bergen. De huizen zijn afhankelijk van waar de steen is gehaald zwart of okerkleurig. Slechts die twee kleuren zie je. De mensen zijn voornamelijk Berbers enigszins verlegen. Het is een goed beschermde bergkloof. Zo vaak zien ze hier geen vreemdelingen. De vallei ligt hoog en is droog en borgt Amandel en vijgenboomgaarden. De dorpen zijn indrukwekkend gelegen aan de rand van de rivierkloof. Door de grote hoogte van de rivierbedding, aflopend van 3.000 naar 1.200 meter in Boumalne is het er zomers aangenaam en de rest van het jaar koud, zoals nu. In de wanden van de kloof zien we verschillende roofvogels nestelen. De lammergier met 2,5 breedte vleugelwijde zien we jammer genoeg niet.

Als we de kloof bij Boumalne Dadès verlaten voor de vallei zien we vervolgens kilometerslang een verweerde woestijnvlakte met slechts her en der wat schaarse begroeiing. Soms wat kamelen, geiten en her en der een bedoeïnentent. De vallei ligt tussen het Atlas gebergte en de Jbel Saghro. Het is er ruim en wijds met mooie vergezichten op beide gebergten. Pas als de weg met een bocht naar beneden draait in de buurt van Ouazazate zien we ineens een frisse groene oase met dadelpalmen. Dichter naar Ouazazate doemt een meer op het blauw is fris in het landschap. Het is het stuwmeer Mansour Eddahbi.

Drâa vallei

De Drâa vallei van Ouarzazate naar Zagora bestaat uit ruim 200 kilometer oase met Kasba’s, dars en burchten gebouwd uit het lokale leem. De vallei staat bekend als de valleei van de duizend kasba’s. Het landschap is spectaculair gedurende de gehele route. Eerst slingert de weg door de ongenaaktbare zwarte steenklompen van de Jbel Anaouar een oude gedoofde vulkaan. Vlakbij Agdz ontvouwt zich het dal dat in grote en vorm doet denken aan de Grand Canyon. Diep beneden zien we groene palmbomen. Het zijn dadelpalmen. Aan de overzijde reizen de steile rotswanden op van het Jbel Saghro massief, dat tot boven de 2700 meter hoog is. De Drâa is de langste rivier van Marokko. Het water van de Drâa en zijrivieren komt hoog uit het Atlas-gebergte. Na het Saghro-gebergte opent zich de weide vallei met een oase van ruim 200 kilometer lang. De brede strook land wordt intensief bebouwd met dadelpalmen, amandel-, citrus- en olijfbomen. Het hele jaar door worden er groenten en granen verbouwd. Langs de rand van de vruchtbare valei staan de Ksour de lemen burchten en kleinere lemen huizen.

De kleding van de vrouwen veranderd langzaam in zwart met accenten in vrolijke kleuren. Vaker zonder sluier. Veel mannen zijn in het wit gekleed omdat het vandaag vrijdag is, zeg maar onze zondag. De bewoners zijn veelal zuidelijke Berbers met grovere zilveren sierraden. De mensen zijn hier nieuwsgieriger en kijken je aan. Hoe verder we komen hoe meer het zand het landschap veroverd. In de verte zien we zandstormen.

Related posts

2 Thoughts to “Door de kloven en valleien van de Todra, Dàdes en Drâa”

  1. Stephan

    Klinkt indrukwekkend, leest alsof we erbij zijn!

  2. Reacties

    21 Opmerkingen

    Iris Kauffman Heerlijk omschreven weer. Wat een reis!!! Stoertjes! ❤

    Marjolein Peters Indrukwekkend

    Tjerk Erich Mooie uitzichten en foto’s

    Ed Lonnee Erg leuk om zo mee te reizen! Enjoy it!

    Mirjam Erich-Cox Gaaf!!

Comments are closed.

Array ( [marginTop] => 100 [pageid] => Red Dot [alignment] => left [width] => 292 [height] => 300 [color_scheme] => light [header] => header [footer] => footer [border] => true [scrollbar] => scrollbar [linkcolor] => #2EA2CC )